Willem Ellenbroek

 

Willem Ellenbroek leerde ik halverwege de jaren zestig kennen bij de Utrechtse krant Het Centrum waar hij – net als mijn latere vrouw Liesbeth, Liesbeth Kuitenbrouwer – verslaggever was.

Liesbeth en Willem mochten elkaar. Ze raakten bevriend. Een rol speelde daarbij dat de vader van Liesbeth, Henk Kuitenbrouwer, een onderwijzer van Willem was geweest die zijn talenten al vroeg had onderkend. Willem, vertelde hij op een keer, was een grage lezer en in aanleg al de schrijver die hij later zou worden.

Henk Kuitenbrouwer kon het weten. Hij was voorzitter van de katholieke bibliotheek in Utrecht en had in de jaren dertig naam gemaakt als dichter en letterkundige die met zijn broer Albert Kuyle (Louis Kuitenbrouwer), Gabriël Smit en Jan Engelman het geruchtmakende tijdschrift De Gemeenschap had opgericht.

Topscorer

Willem ging naar de Mulo en kon daarna op voorspraak van zijn oude schoolmeester aan de slag in de bibliotheek, maar dat vond hij – ondanks al die boeken – nogal saai. Zijn echte bestemming vond hij korte tijd later bij Het Centrum, toen nog een volwaardige en zelfstandige krant die vele aankomende journalisten een kans bood. Liesbeth en ik raakten zozeer bevriend met Willem dat we getuigen bij zijn eerste huwelijk mochten zijn.

GETUIGEN BIJ HET HUWELIJK VAN WILLEM EN MARIJKE

Mijn band met Willem kreeg een uitgesproken kameraadschappelijk tintje toen we in het Utrechts journalistenelftal gingen voetballen, dat mede door een vriend van Willem, Henk Jenner, cameraman bij Brandpunt, kampioen werd in de laagste klasse van de zaterdagcompetitie van de KNVB..

Ik had ook bij Het Centrum gewerkt, maar was er vertrokken om te gaan studeren. Om mijn studie te kunnen betalen had ik een parttimebaan op de nachtredactie van de Volkskrant aanvaard. Voor Willem reden om mij te vragen of er voor hem niet ook een plaatsje bij de Volkskrant was

Ik deed een goed woordje voor hem bij de toenmalige hoofdredacteur Jan van der Pluijm, met wie ik goed kon opschieten, en Willem mocht komen opdraven.

Het Vervolg

Daar, in Amsterdam, op de redactie van de Volkskrant, ging de grote wereld voor hem open. Willem begon als algemeen verslaggever  op de binnenlandredactie, maar dat was toch niet helemaal zijn pakkie-an. Hij was niet gevoelig voor de onpersoonlijke en objectiverende benadering die een journalistieke weergave van de vlottende werkelijkheid vereist. Liever schreef hij mooie stukken over een minder actuele onderwerpen.

Die houding viel in goede aarde bij de latere adjunct-hoofdredacteur Henk Huurdeman, die – net als Hans Friedeman, de eerste wetenschapsredacteur van de Volkskrant – ook bij Het Centrum was begonnen.

Samen werkten Henk en Willem aan Het Vervolg, een nieuwe zaterdagbijlage, die zijn faam mede te danken had aan goed schrijvende collega’s zoals Ben Haveman, maar ook aan bekende en nog onbekende auteurs als Leon de Winter, Nicolaas Matsier, Gerrit Krol en Jacq Firmin Vogelaar.

Niet alleen óp de krant, maar ook daarbuiten genoot Willem van de alternatieve tegencultuur in Amsterdam waar hij tal van schilders, schrijvers en beeldend kunstenaars leerde kennen. In die scene voelde hij zich thuis. Met sommigen van hen nam hij deel aan de strijd om Ruigoord, een ingepolderd eilandje bij Amsterdam, dat moest wijken voor de uitbreiding van het westelijk havengebied die PvdA-wethouder Joop den Uyl nodig vond.

We kwamen elkaar als collega’s nader toen Willem een opengevallen plaats op de kunstredactie mocht innemen. Ik was er chef en deed mijn uiterste best om – net als Louis van Gaal – ons elftal almaar sterker te maken, wat met iemand als Willem erbij vast en zeker zou lukken.

Inmiddels had Willem, gescheiden van zijn eerste vrouw Marijke, Tracy Metz leren kennen, een Amerikaanse, die als verslaggeefster van Het Parool door Henk Hofland naar NRC Handelsblad was gehaald. Met haar – en haar netwerk – kwam Willem in een andere, minder vrijblijvende en meer ambitieuze kunstomgeving terecht, een verandering die zich terzelfder tijd ook bij de Volkskrant voltrok. Mede door nieuwe hoogopgeleide collega’s werd kunst een serieuze aangelegenheid. Je kon er carrière mee maken.

Wrijving

Die sfeer lag Willem niet zo. Het was te merken aan de afname van zijn productie. Hij bleef bruikbare ideeën leveren, maar de uitwerking daarvan liet hij meer en meer aan anderen over.

Dat gaf wrijving en steeds duidelijker werd hoezeer Willem en ik van inzicht verschilden als het om kunst en kunstjournalistiek ging. Onze toenmalige hoofdredacteur Harry Lockefeer zag dat anders. Als er weleens een ruzietje of conflictje besproken moest worden, snapte hij niet waar het om ging omdat we toch zoveel op elkaar leken.

Na mijn pensionering kwam ik Willem nog weleens in onze gemeenschappelijke vriendenkring tegen. Het waren steeds vertrouwde ontmoetingen, maar de afstand die tussen ons was ontstaan, liet zich niet meer loochenen. Willem was zo vergroeid met zijn artistieke vrienden en vriendinnen in de ‘grachtengordel’ dat hij voor mij onbereikbaar was geworden. We waren, zoals dat gaat in Amsterdam, in heel verschillende milieus terechtgekomen die elkaar minder en minder overlapten.

Voor Willem was de binnenstad zijn haven. Daar woonden zijn vrienden en vriendinnen en daar vond hij de kunst die hem dierbaar was. Een moeilijke periode maakte hij door toen zijn belangrijkste vriendin, Tracy Metz, van hem ging scheiden. Kort tevoren had hij nog liefdevol een oud huisje in Zeeland voor haar verbouwd.

Willem was in al die jaren erg veranderd, maar misschien was hij ook meer zichzelf geworden, een romanticus die intuïtief de grenzen van zijn voorkeuren had leren kennen en daarbinnen tot mooi werk in staat was, maar het ging niet zonder genotmiddelen. Dat waren de in de journalistiek bekende zoals drank, nicotine en wiet – in de wilde jaren – maar voor Willem kwam er nog een hedonistische verleiding bij, de aantrekkingskracht van visuele, creatieve uitingen als grafische vormgeving, fotografie en architectuur die hij liever welwillend beschreef dan zich aan een kritisch oordeel te wagen.

 

 

 

W K t S
10 J U N I 2022
T E R U G   N A A R  D E   V O O R P A G I N A
D E  V O L K S K N A R nr. 383