Lood

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Verbeter Je Taal Nog Meer – 80

 

Gelukkig
was ik op die dag, geen kwaad
bericht in krant uit stad
kon maken dat ik dit vergat.
LUCEBERT: WANDELING NAAR PARFONDEVAL

 

 

 

 

Er ging een wereld voor mij open toen ik drieënzestig jaar geleden als beginnende journalist de zetterij van mijn krant, de Utrechtse krant Het Centrum, betrad. Ik zag de linotypes, het steen, de ludlow, de loodstaven, de inkt, ik rook het, en raakte in een onverklaarbare opwinding. Wat trof mij zo?

Ja, het was een volkomen nieuwe wereld, zeker, het begin van een avontuurlijke ontdekkingsreis, maar nóg meer sprak me aan dat ik daar een nieuwe taal leerde, de taal van de drukkunst die zeshonderd jaar lang de lingua franca in Europa is geweest, de taal van wetenschap, denken, verbeeldingskracht, spel en vermaak, een taal die nu niet meer gesproken wordt. Wij leerden in de twintigste eeuw een andere taal, de taal van de nieuwe digitale technologie, een taal met ándere woorden en een ándere manier van communiceren.

De wereld die in 1958 voor mij openging, ging tijdens mijn leven ook weer dicht, zou je kunnen zeggen, maar zo ervaar ik deze historische omslag niet. Mij resten de herinneringen, de sfeer, de geur, de bedrijvigheid en de kameraadschappelijkheid in het technisch bedrijf, waar de krant elke dag opnieuw uit lood geboren werd, maar wat me het sterkst is bijgebleven was de wil om samen te werken. Blij als het gelukt was. De trots. Het ambacht als het hoogst bereikbare.

Weekendbijlage

Ik raakte zo verzot op dit werk dat ik met liefde de opmaak van de krant ter hand nam, toen mr. Simon Keesen, de hoofdredacteur, mij dat vroeg. Al gauw verzocht hij mij zelfs – wat een eer – om een weekendbijlage op te zetten, die ik samen met Hans Friedeman, de eerste wetenschapsredacteur van de Volkskrant, zou redigeren.

Wat een feest. We deden de dolste dingen. De jaren zestig, hè, alles kon.

Hans is al heel lang dood, veel te jong overleden, maar zijn werk gaat door, zoals al ons krantenwerk doorgaat. Met andere middelen weliswaar, maar niettemin. Wat mij in het vak altijd heeft aangetrokken, blijft bestaan, uiterlijk veranderd maar verborgen voor de oppervlakkige blik bezield van dezelfde geest: de wil om er iets moois van te maken dat ook nog eens voor duizenden lezers betekenis heeft.

 

 

 

WORDT VERVOLGD
WKtS
1 JANUARI 2021
DE VOLKSKNAR NR 353
TERUG NAAR DE VOORPAGINA

DE FOTO TOONT DE REDACTIE VAN HET CENTRUM IN 1919
MEER OVER HET CENTRUM: DE JAREN VAN DE KRANT
ZIE OOK: DE ROMAN EEN NIEUW ALFABET
EN VOOR DE MATRIJZEN OP DE FOTO: WIEWIEWIE
EN GUIDO GEZELLE