Enen en nullen

 

 

 

 

 

 

 

 


DE COLOSSUS MARK COMPUTER IN JUNI 1944

Verbeter Je Taal Nog Meer – 91

 

 

We gaan een revolutie tegemoet
waarbij van hier tot in het ongeziene
de koppen rollen zonder guillotine.
KEES STIP: DE KOPPEN

 

 

 

 

De Amerikaanse taalkundige Noam Chomsky deed in de vorige eeuw een manhaftige poging om de grammatica, te moderniseren. De computer – toen nog een reusachtige machine – inspireerde hem. Met dat monster kon je de hele wereld aan. Ook de taal. Een kwestie van enen en nullen.

Chomsky wilde weten of je de hoogst ingewikkelde systematiek beter begreep wanneer je de computer als model nam. Het dwong hem tot een strikt logische aanpak. Zo ontstond zijn transformationeel-generatieve grammatica waarmee hij hoopte te kunnen aantonen dat je in elke taal goedlopende zinnen krijgt als je erin slaagt woorden – en hun klank – met de juiste grammaticale regels te verbinden, wat nog niet zo eenvoudig was.

Niettemin leek Chomsky’s methode het einde in te luiden van de traditionele grammatica die ouderen onder ons nog op school hebben geleerd door zinnen in onderwerp, gezegde en lijdend voorwerp te moeten ontleden. Voortaan zou taal niet langer in de omgangstaal beschreven worden, maar in de taal van de wiskunde. Classici hadden het nakijken.

Giftig lood

Een kleine driekwart eeuw later heeft de communicatietechnologie niet alleen de taalwetenschap, maar ook de alfa-wetenschappen en de humaniora in het algemeen sterk beïnvloedt. In feite beheerst de ICT vandaag de dag ons hele leven, van ver voor de wieg – met scans van de ongeboren vrucht – tot ver na de dood als een uitvaart-medewerker digitaal het vuur in een modern crematorium ontsteekt. Soms kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat we geleidelijk aan in een  totalitaire staat zijn aanbeland, waar de Amerikaanse tech-reuzen zich als dictators gedragen.

Wij kregen als journalisten voor het eerst met deze ingrijpende technologische veranderingen te maken toen halverwege de vorige eeuw het giftige lood [1] uit de drukkerijen verdween en vervangen werd door gefotografeerd zetsel op papier, het ‘fotozetsel’. Zelf zaten we vanaf dat moment alle werkdagen achter de computer die het krantenvak, maar ook de wereld van de uitgeverijen en boekdruk op zijn haar zette.

Wie vervolgens – als journalist of anderszins – de bewegingen in de informatica probeerde bij te houden, raakte algauw achter adem. Er was ons beloofd dat ons werk er efficiënter en vooral mákkelijker op zou worden, maar het tegendeel bleek het geval. Zelfs intelligente collega’s moesten algauw toegeven dat ook zij het niet konden bijbenen en zij waren niet de enigen. Vandaag de dag zuchten hele volksstammen – wereldwijd – onder de gevolgen van de digitalisering die ze op hun werk, in de auto, thuis, met hun kinderen, in het geldverkeer, online, op hun e-bike, ja, waar niet, ervaren.

Smeekbede

Overal kunnen zich voor gebruikers onbegrijpelijke vraagstukken voordoen die zelfs deskundigen vaak niet bij machte zijn op te lossen. Allerwegen klinkt dan ook de roep om alsjeblieft terug te mogen naar vroeger toen geluk nog heel gewoon was.

Het is een stemming die grote gevolgen heeft voor de maatschappelijke praktijk. Er spreekt een machteloosheid uit die veel mensen de hakken in het zand doet zetten. Zij doen het liefst niet mee en weigeren de eventuele zegeningen van de nieuwe technologie tot zich toe te laten.

Onze ouders en voorouders hadden geen last van dergelijke problemen. Zij hadden geen ICT, geen internet, geen smartphone, geen sociale media en lang zelfs geen televisie. Zij kochten hun spullen nog in een winkel en niet online. Zij slingerden zelf hun auto met benzine-motor aan. Ze konden zich baas in eigen kring wanen. De zekerheden die van geslacht op geslacht waren overgedragen sterkten hen in dat idee. Hun geloof, hun kerk, hun God en hun eigen politieke en maatschappelijke zuil schonk ze zelfvertrouwen.

Identiteit

Maar welke zekerheden hebben wij, anno 2021? Wat houdt óns overeind? Het is een vraag die we niet kunnen beantwoorden. We weten zelfs niet bij wie we voor hulp moeten aankloppen. Wij worden vooral in verwarring gebracht. Door de media die het hic et nunc tot absolute werkelijkheid hebben verheven. Geen ontkomen aan. Nooit. Nergens. De realiteit als een gecapitonneerde cel. Ook de berichtgeving die ons op de hoogte moet stellen van het leven buiten onze bubbel, is verwarrend, vooral als ze hapsnap uit wetenschappelijk onderzoek wordt gevist en feiten communiceert die experts in het openbaar ter discussie stellen.

De vraag is dan ook voor menigeen: waar vind ik een houvast? Het zoeken ernaar – geen mens kan er buiten – lijkt voorlopig een eindpunt te hebben gevonden in het begrip identiteit, in de vaststelling van wie of wat je bent. Soms heb ik de indruk dat dit voor jongere cohorten hoogopgeleiden – die beter zouden moeten weten – het belangrijkste vraagstuk in hun leven is. Je identiteit. Daarop ligt zoveel nadruk dat je niet kunt volstaan met te aanvaarden wie je bent, nee, dat moet je uitdragen. Je móet ervan getuigen, je móet er anderen mee confronteren zoals vorige generaties dat deden met hun geloof in God. Je móet laat weten dat je zwart bent. Of gay. Of transgender. Of van slaafgemaakten afstamt. Dat je noch man bent noch vrouw. Dat je geen hij bent en geen zij. Dat je niet binair bent. Geen nul en geen een.

Denn alle Lust will…

Jij bent – kort samengevat – lhbtiq+ en dat is niet alleen een geloof, maar ook een geloofsgeméénschap. Je gelooft niet in je uppie, maar sámen en dat maakt je sterk. Zo sterk dat je de media eenvoudig naar je hand zet. Het geeft je zoveel gewicht dat je andermans werkelijkheid rustig kunt negeren. Je hoeft ook niet te luisteren. Maar de geschiedenis heeft ons geleerd dat een gelovige nooit tevreden is. Het geloof is een gevoel en dat gevoel mag nooit ophouden. Sterker: De gelovige wil meer. Denn alle Lust will Ewigkeit, merkte Friedrich Nietzsche lang geleden alweer op.

Zo legt jouw gevoel zijn wil op aan je omgeving die voor jou samenvalt met het verbale universum waarin je thuis, op school en op de universiteit gevormd bent, de wereld van de taal. Je leeft in een wereld van woorden en die woorden zijn van jóu. Die verander je als het moet, of je schrapt ze als ze je niet bevallen. Net zo lang tot er geen taal meer over is en zelfs de meest geavanceerde computer met de regels en woorden die resteren geen goedlopende zin meer kannen maken. [2]

Wie jou niet begrijpt, deugt niet. Want geen geloof zonder moraal.

 

 

 

TERUG NAAR DE VOORPAGINA
WORDT VERVOLGD
WKtS
14 JULI 2021
VOLKSKNAR NR 364
[1]  Zie voor de journalist en het lood: Een nieuw alfabet Of De opdracht van de lettersnijder op deze site.
[2] De Ierse satiricus Jonathan Swift (1667-1745) heeft ons er lang geleden in Gulliver’s Travels al een voorproefje van gegeven.