Koude oorlog

“MELDE GEHORSAMST”

 

Uit de oude doos – 5

 

“Daar staat je vijand!” brulde de sergeant.
“Dus mannen even opgelet, we steken
de bajonet waar bij een mens het weke
gedeelte van zijn buik zit…”
KEES STIP: HET BAJONETVECHTEN

 

 

 

Als dienstplichtigen in de jaren zestig van de vorige eeuw kregen we een film te zien die De ondergang van de B-compagnie heette. Een veelbelovende titel, maar in het zaaltje waar we het cinematografische meesterwerk mochten aanschouwen, vielen ons de schellen van de ogen.

Daar kregen we antwoord op de prangende vraag waarom de B-compagnie ten onder was gegaan.

Onderhoud, ja, zo eenvoudig was het, onderhoud. Onderhoud, van jezelf, je wassen, scheren, tanden poetsen, en vooral onderhoud van je uitrusting, dagelijks je kistjes glanzend opwrijven en ’s avonds voor het slapen gaan je karabijn van kruitsporen ontdoen en oliën.

Al die dingen deden die jongens van de B-compagnie niet. Het werd hun noodlottig toen ze oog in oog met de vijand kwamen te staan. Die maakte korte metten met het vervuilde zootje.

Koude oorlog

We lachten erom en vergaten de Koude Oorlog die ons met zijn bommen en fall-out dag in dag uit bedreigde. De regering verstrekte ons “richtlijnen voor de jongste dag” zodat we wisten dat je een natte handdoek op je hoofd moest leggen als de atomaire stofwolken op je neer daalden.

De scherts schiet me te binnen nu het weer ernst is en ik probeer met enige humor tegenwicht te bieden. Dan kan lezen helpen.

Vaak tastte ik de afgelopen weken in mijn oude doos naar boeken over oorlog. Het waren er heel veel. Heel ernstige, zoals Im Westen nichts Neues van Erich Maria Remarque of – nog steeds een macaber hoogtepunt in dit genre – Reis naar het einde van de nacht van Louis-Ferdinand Céline.

Svejk

Maar er waren ook andere… om te lachen. Schuddebuikend volgde ik weer de lotgevallen van de brave soldaat Svejk – meesterlijk opgetekend door Jaroslav Hasek – die zijn superieuren in de roemruchte Oostenrijks-Hongaarse armee met zijn welwillende gedienstigheid (“Melde gehorsamst”) tot razernij brengt. Van Svejk was al officieel vastgesteld dat hij een ‘idioot’ was, maar toen hij voor militaire dienst gekeurd moest worden en zei dat hij een ‘idioot’ was, betekende dit voor de artsen dat hij geen ‘idioot’ was – want dat zou een ‘idioot’ nooit van zichzelf zeggen. Hij was een simulant – en kon zó met heel veel andere dienstweigeraars de bak in.

Met genoegen herlas ik ook Catch-22 en ik moest weer constateren dat geen schrijver ooit zo subliem – en hilarisch – de methodisch georganiseerde chaos van een leger in oorlogstijd heeft beschreven als Joseph Heller. In zijn tijd als dienstplichtige had de schrijver al snel begrepen dat hij voortaan met drie manieren te maken kreeg om een probleem op te lossen: de juiste, de verkeerde en die van het leger.

Van het laatste zien we het hele boek door de hilarische gevolgen.

Wie zulke boeken gelezen heeft, wordt onontkoombaar pacifist. Helaas zal hij met lede ogen moeten aanzien dat zich telkens weer een ‘idioot’ aandient die daar heel anders over denkt.

Een Poetin lacht niet.

 

 

L E E S   V E R D E R
W K t S
1 0   M A A R T   2022

T E R U G  N A A R  D E  V O O R P A G I N A
D E  V O L K S K N A R  NR 379
D E  T E K E N I N G  V A N  S V E J K   I S   V A N   J O S E F  L A D A
D I E  “D E  L O T G E V A L L E N  V A N  D E  B R A V E   S O L D A A T”
V A N  J A R O S L A V  H A S E K   I L L U S T R E E R D E.