Worst

Verbeter Je Taal Nog Meer –  20

 

Daar was laatst een meisje loos
Die wou gaan varen
Die wou gaan varen
Daar was laatst een meisje loos
Die wou gaan varen als lichtmatroos

 

ijn oudste zus was naaister, maar ze noemde zich coupeuse. Dat maakte meer indruk. Bovendien weerhield het jonge honden in de buurt ervan in haar nabijheid telkens opgewonden te gaan kwispelen.

De ombudsman van de Volkskrant – die geen man is maar een vrouw en daarom ombudsvrouw heet – vroeg zich laatst af hoe vrouwen zich moeten noemen als ze een mannelijk beroep uitoefenen. Journalist of journaliste? Wetenschapper of wetenschapster? Staatssecretaris of staatssecretaresse? Bakker of bakster? Hoogleraar of hooglerares? Fietsenmaker of fietsenmaakster?

Het lijkt, taalkundig gesproken, heel eenvoudig, maar dat is het niet. Het gaat niet om taal, het gaat om regels die het gebruik van de taal kunnen beïnvloeden, maar niet uit de taal zelf voortkomen. Het zijn afspraken en die zijn arbitrair.  Vergelijk het met de verkeersregels. Dat er op snelwegen door duizenden automobilisten gereden wordt, is verkeer, maar of ze maximaal 100, 130, 140 of 200 kilometer per uur mogen rijden, is een afspraak. Dat wordt door anderen dan verkeersdeskundigen uitgemaakt – als die er al zijn.

Wie geen oog heeft voor dit verschil, kan aan grote verwarring ten prooi vallen. Het is net de politiek, of Pauw. Meestal is de uitkomst van overleg over zaken waarvan de filosofische porté de betrokkenen ontgaat dat iets niet mag. Iets niet doen is voor gezelschappen die mogen meepraten altijd de makkelijkste oplossing. Een tijdelijke ook, want na een poosje dringt de werkelijkheid zich weer op.

Als heteroseksuele man mocht je op zeker moment je vrouw geen ‘vrouw’ meer noemen, maar ook geen ‘echtgenote’, ‘eega’, ‘gade’, ‘levensgezellin’ of  ‘geliefde’ meer,  het moest ‘vriendin’ zijn, maar ook dat koosnaampje is alweer achterhaald. Je moet nu ‘partner’ zeggen, zoals Gerdi Verbeet doet en de ambtenarij. Eenheidsworst is, net als bij de Hema, het goedkoopst.

Een vraagstuk groeit in tal en last naarmate je je meer in details verliest. In de Middeleeuwen streden scholastici over de vraag hoeveel engelen er op de punt van een speld konden. Onze haarkloverijen zijn niet minder irreëel.

De vraag of je beroepen van hun mannelijkheid kunt beroven, is niet te beantwoorden. Je kunt hooguit hier en daar wat bijstellen. Maar dan naar twee kanten, zou ik zeggen. Hoe had ik me moeten noemen als ik net als mijn zus naaister had willen worden?

Bureaucratie en technologie – vooral de ICT – veranderen in hoog tempo onze normen en waarden, zelfs die van Mark Rutte, en beroepen veranderen mee. Voor de taal is het niet meer bij te benen. In Frankrijk wisten ze het woord computer nog buiten de deur te houden, maar die ordinateur van ze is toch een wereldvreemd geval, of niet soms?

Nee, dan die professor uit Wageningen die laatst op de radio met de bekende academische peptalk de totale digitalisering van het boerenbedrijf voorspelde. In de nabije toekomst, vertelde hij, ligt de boer ’s zomers  met zijn vrouw ontspannen in de wei en melken ze hun koeien op stal met hun smartphone.

Heet zijn vrouw, sorry, partner, dan nog boerin?

Het zal haar worst wezen.

Eindelijk heeft ze haar handen vrij om te doen wat ze als kind al het liefste deed: naaien.

WKtS
2 MEI 2016
DE VOLKSKNAR

PS. Een van degenen die op dit stukje reageerden, de oud-Volkskrant-journalist, schrijver en muzikant Adriaan de Boer, liet weten: Ik vind alles best als Willeke Alberti zich maar geen zanger gaat noemen.