Vluchtelingenstroom

 

 

 

 

 

 

Verbeter je Taal Nog Meer – 12

E KIP MET de gouden eieren. Een kip zonder kop. Met de kippen op stok.

Deze kippen zul je in het pluimvee-museum te Barneveld niet aantreffen, je vindt ze alleen maar in het woordenboek. Het zijn spreekwoorden of gezegden, vaak ouder dan de weg naar Rome.

Alleen om die reden al zou je ze hoog in het vaandel moeten dragen, maar dat doen we niet. We maltraiteren ze alsof ze ons voor de voeten lopen.

Hoe slordig er met ze wordt omgesprongen, zie je elke dag in de krant als een militair doel zich ‘op enige steenworpen afstand’ bevindt, of een politiek besluit balsem ‘voor de gekwetste Turkse ziel’ blijkt te zijn.

Het zijn geen dingen, die gezegden, waarmee je maar kunt aan rotzooien, het zijn vaak eeuwenlang beproefde uitdrukkingen en die kun je beter in hun waarde laten. Die weten meer dan wij.

Blijf er vanaf, zou ik dan ook zeggen, mijd de letterlijkheid die je als hoger opgeleide aan de borst van je alma mater hebt ingedronken en besef dat taal niet alleen werkelijkheid kan weergeven, maar ook – met een veelheid aan irrationele, beeldende en poëtische, kortom fictieve middelen – kan scheppen.

Dat valt je weer eens op als je dezer dagen het woord ‘vluchtelingenstroom’ of ‘vluchtelingentsunami’ leest.

Vluchtelingen zijn geen stroom. Ook geen tsunami. Het zijn ménsen.

Het luistert nauw, ik weet het. Maar als je precies wilt zijn – en dat ben je je lezers nu eenmaal verplicht als je in een krant schrijft – dan moet je zorgen dat de fictie van de beeldspraak en de ratio van de waarheidsvinding een geheel zijn – samen de smakelijke inhoud van de broze schaal die de taal is.

Eiwit en dooier in een dop.

LEES VERDER

WKtS
20 OKTOBER 2015
Dit stukje verscheen ook in de Volksknar, het blad voor oud-medewerkers van de Volkskrant.