Heavy Words

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verbeter Je Taal Nog Meer – 1

Geweldige primeur van Het Parool. Voorpagina, zou je zeggen, maar nee, ik las het grote nieuws pas op pagina 14: ‘IS executeert eigen troepen na nederlaag.’

Mooi, dacht ik, einde oefening. Onze F-16’s kunnen naar huis. Maar helaas. Een redacteur van de Amsterdamse kwaliteitskrant had het Amerikaanse troops weer eens verward met het Nederlandse troepen, dat leger betekent.

Wat bleek? Niet het (of een) leger van IS was geëxecuteerd, maar IS had 45 van zijn eigen krijgers aan Allah geofferd – wat al erg genoeg is.

Troepen is in het Nederlands zo’n zelfstandig naamwoord dat alleen een meervoud kent. Het enkelvoud, troep, betekent iets anders. Je kunt niet zeggen dat IS zijn eigen troepen heeft vermoord als blijkt dat het om 45 man gaat.

Een Nederlands woord dat alleen in het meervoud voorkomt, heet een plurale tantum. Zulke woorden, net als bijvoorbeeld hersenen of ingewanden, verdragen geen telwoord. Je kunt niet zeggen dat je drie hersenen hebt – of minder – en zes ingewanden is ook raar. Evenmin kun je zeggen dat er 45 troepen zijn omgebracht.

AMERIKANEN

In het Amerikaans kan dat wel. Amerikanen kunnen zeggen dat IS 45 troops heeft vermoord. In het Amerikaans (en in het Engels) kan troops ook manschappen betekenen.

Degenen die vroeger behalve goed Nederlands, Frans, Duits, Engels en soms ook nog Grieks en Latijn hebben geleerd, weten niet alleen dat talen fundamenteel van elkaar verschillen, maar ook dat woorden in een andere taal soms verraderlijk op woorden in je eigen taal kunnen lijken en dan iets heel anders betekenen.

Vooral met het Duits en het Engels, onze Germaanse broedertalen, doen zich op dit punt veelvuldig misverstanden voor.  De Schwere Wörter in het Duits hebben ons dat duidelijk gemaakt. Zo, niet, vraag dan maar eens aan Sylvia Witteman wat er gebeurt als je in Berlijn met je kind een oorarts bezoekt en hem vertelt dat je schat doof is.  Doof  betekent in het Duits achterlijk. Moeten er ook Schwere Wörter (zware woorden, heavy words) voor het Engels en het Amerikaans komen?

Misschien is er al zo’n boekje, ik weet het niet, maar in elk geval zou ik daarin, behalve troops, zeker family – en alle  samenstellingen met family – opnemen.

Family in het Amerikaans omvat al je bloedverwanten, familie in het Nederlands ook, maar wij maken een uitzondering voor het gezin – vader, moeder en kind(eren).

Gezin is zo’n onovertroffen Nederlandse uitvinding dat Amerikaanse geleerden er jaloers van werden. Zoiets wilden zij ook wel. Daarom bedachten ze een – nogal gekunsteld en volslagen amuzikaal – equivalent: the nuclear family, de kernfamilie. Onze veelal taalkundig weinig onderlegde geleerden in de mens- en maatschappijwetenschappen dachten met deze Amerikaanse vinding te kunnen scoren en introduceerden in Nederland het kerngezin wat zoals u begrijpt onzin is.

FAMILIEMAN

Het is een van de vele voorbeelden die erop wijzen hoe ridicuul we het Nederlands aan het verhaspelen zijn als we met ons kerngezin – en onze zes troepen – in onze familieauto stappen. Nog potsierlijker wordt het als van vader dan ook nog een ‘familieman’ wordt gemaakt.

Veel Bekende Nederlanders zijn tegenwoordig ‘familieman’. Je leest het in glossy’s en kranten. Hoe dommer de glossy – of de krant – des te meer familiemannen krijg je opgedrongen. Het is kennelijk een eer om zo’n namaak-Amerikaan te zijn.

Ik heb een grote familie, maar een familieman ben ik nooit geworden. Wel ben ik jarenlang met nauw verholen trots huisvader geweest. Officiële instanties omschreven mij toen als ‘gezinshoofd’ of  ‘kostwinner’ –  dikwijls vervormd tot ‘kostwinnaar’ – maar die titels heb ik mét mijn feministische vrouw – tegenwoordig tot partner genivelleerd – steeds van de hand gewezen. Ik was (en ben) vader. Dat lijkt me, in Nederland, al mooi genoeg.

LEES VERDER

WKtS
22 DECEMBER 2014