Surinaamse boom

 

Dagstukjes – 73

mdat het Sint Ignatiusgymnasium in mijn straat moest worden uitgebreid, werden drie bomen verplaatst.

Verplaatst, ja, niet omgehakt en versnipperd, maar verplaatst. Een indrukwekkende operatie.

De drie bomen staan alweer een paar jaar een meter of tien verderop in het Adama van Scheltema-plantsoen en zijn aan hun bloei en groei te zien gelukkig. In hun schaduw voetballen de hele dag leerlingen van het Sint Ignatiusgymnasium die doen wat je in het oude Athene op een gymnasium ook al deed: sporten.

Eén boom mocht blijven staan. Hij stond niet in de weg en overleefde het bouwgeweld – totdat vorig jaar bleek dat hij ziek was. Een dodelijke schimmel, de tonderzwam, had hem aangetast en hij moest óm.

Het verlies was groot, want de boom, een tachtigjarige es, was een monument, dat met zijn breed uitwaaierende takken de niet al te fraaie nieuwbouw van het gymnasium aan het oog onttrok.

Balsem op de wonde was de toezegging dat de boom zou worden vervangen. Daarna bleef het stil, maar deze week bleek ons dat de groene vingers van het stadsdeel niet werkeloos waren geweest. In het najaar komt er een nieuwe boom, een Surinaamse boom, een ijzerhart – met een ‘t’.

Los van het feit dat de lege plek nog dit jaar zal zijn opgevuld, is het al een beetje feest in de buurt omdat Amsterdam-Zuid er wéér een bijzondere boom bij krijgt.

Ik zeg ‘weer’ omdat wij van een oude buurtgenoot, professor Jan Lever, hebben geleerd hoeveel bijzondere bomen in de loop van de tijd  in deze wijk – die stamt uit de jaren twintig van de vorige eeuw – zijn geplant. Lever heeft ze met zijn Bomengids van Amsterdam-Zuid allemaal in kaart gebracht.

De botanische naam van de nieuwe boom is Swartzia Benthamiana, vernoemd naar de Zweedse plantkundige Olaus Swartz die hem als eerste beschreef. Sindsdien zijn er zeker 200 soorten ontdekt.

In het etymologisch woordenboek van Van Dale hebben P.A.F. van Veen en N. van der Sijs in 1997 genoteerd dat de ijzerhart ook ‘Surinaamse boom’ heet omdat hij voor het eerst in Suriname werd aangetroffen. Hij komt in de annalen voor als ijzerhard (1740) en ijzerhart (1835). 

In het woordenboek van het Surinaams-Nederlands merkte J. van Donselaar in 1989 op dat de ijzerhart een boom is ‘met rood sap in de bast, onaanzienlijke bloempjes in trosjes en met zeer hard kernhout’.

‘De naam heeft betrekking op de hardheid van het kernhout, een gitzwarte houtsoort met een helder geel spint.’

Meubelmakers maken er nog steeds de fraaiste kasten en tafels van.

We wachten met smart op deze Surinamer.

LEES VERDER
WKtS
4 JULI 2016