Stom, stom, stom…

 


 PORTA MESSINA IN TAORMINA, SICILIE

 

Dagstukjes – 295

 

Verleden week zag ik een zoon,
Die zijne grootmama
Behandlen dorst met smaad en hoon,
De moeder van zijn pa!
DE SCHOOLMEESTER: DE DANKBARE ZOON

 

 

 

Ik bied alvast mijn verontschuldigingen aan. Over vijftig, of misschien pas over honderd jaar – hoop ik – zullen de hoogopgeleide jongelui die het dan voor het zeggen hebben, mij inwrijven hoe fout ik was omdat ik vlees at, in een benzine-auto reed, soms met een Boeing naar Stockholm, New York of  Taormina vloog en mijn huis niet of nauwelijks had geïsoleerd, hoewel ik wist dat de energievoorraad uitgeput raakte.

O ja, ik maakte me mét mijn leeftijdgenoten die nooit een boek lazen, maar wél de smartphone als een adder aan de borst geprangd hielden, druk om álles. Om de bondscoach, om de huizenprijzen, om het lerarentekort, om de opwarming van de aarde, om het vluchtelingenprobleem, om ongelijke kansen, om belastingontwijkende multinationals en ministers, om de rotstreken van De Telegraaf  tegen vrouwen als Sigrid Kaag en Femke Halsema en om het matige niveau van zowel de vaderlandse politiek als de parlementaire journalistiek, om over de literatuur en vooral de literaire kritiek maar te zwijgen, en ik deed niks.

Tarwe, rogge en spelt

Stom, stom, stom, ja, heel stom. Of was het lafheid? Gemakzucht misschien? Desinteresse? Of eenvoudigweg meer dan een mens in één leven aan kan? Maar, lieve genderneutrale bachelors en masters van kleur – of hoe jullie over vijftig jaar ook mogen heten – te mijner verdediging mag ik toch wel aanvoeren dat ik vanaf mijn achttiende levensjaar vijf dagen in de week werk deed, mede in het belang van mijn medemensen, dat ik vrouw en kinderen liefdevol terzijde stond, offerde aan goede doelen, vluchtelingen in nood hielp, heel veel film keek, naar muziek luisterde, wandelde en fietste – om het milieu te ontzien, ja,  en óók omdat ik van het buitenleven genoot toen boeren in plaats van zonne-energie met high-techplaten op hun akkers nog tarwe, rogge en spelt oogstten. En ik las. Op 3 juli 2021 alweer mijn tienduizendste boek. Ik weet nog welk. Madoc.

Het zegt jullie niks meer, zo’n Nederlands boek, maar ik kan er nog steeds niet buiten. Je taal, hè? Je taal!

Godot

Ik was er bij toen het dagelijkse leven in Nederland almaar holler, banaler, rechtser en liberaler werd terwijl De Grote Noodzakelijke Verandering (DGNV) op zich liet wachten. Als op Godot (?). En ik deed niks. Ik probeerde alleen de paar jongelui die dit domme, domme uitstel aan het hart ging te troosten met het verhaal van mijn grootouders die tweehonderd jaar daarvoor armlastig en onopgeleid als ze waren Drenthe en de turf achter zich lieten om in Duitsland een boterham in de kolenmijnen te verdienen.

Daar, in het Ruhrgebied, leek het ze zo waar een poosje voor de wind te gaan, totdat het gruwelijke abces dat ‘nationalisme’ heet in de zieke onderbuik van Europa openbrak en hele volkeren – ook het Nederlandse – met zijn dodelijke pus vergiftigde. Miljoenen onschuldigen – onder wie familieleden van mij – hebben het niet kunnen na vertellen. Maar ik overleefde…

 

WORDT VERVOLGD
TERUG NAAR DE VOORPAGINA

WKtS
1 JULI 2021