De Weemoed Van De Landverhuizer

Over het werk van Senad Alic

ij Senad Alic thuis, in de buurt van het Olympisch Stadion, vind je overal potloden en velletjes papier. Zijn vrouw verontschuldigt zich. Haar man moet nu eenmaal zijn spullen bij de hand hebben. Voor het geval hem iets invalt. En dat is nogal vaak. Eigenlijk tekent hij altijd – en Ema, zijn dochtertje, tekent met hem mee.

Senad tekende en schilderde al vroeg. Het liefst was hij dat blijven doen en naar de kunstacademie gegaan, maar zijn vader zei: ‘Wil je naar de kunstacademie om schilder te worden? Dat ben je al. Zo ben je geboren, je maakt mooie tekeningen en schilderijen. Je kan beter naar de universiteit gaan en ingenieur worden.’ En zo werd Senad ingenieur.

Jarenlang werkte hij in het voormalige, communistische Joegoslavië als technisch opzichter in de grote fabriek in zijn woonplaats waar motoren werden gemaakt. Totdat de oorlog ook hier roet in het eten strooide. Senad en zijn vrouw voorzagen dat het fout ging en vluchtten in 1992 – met een baby van zes maanden – naar het Westen.

In Nederland belandden ze in een asielzoekerscentrum waar Senad zich onder moeilijke omstandigheden door alle onzekerheid, verdriet en rampspoed in zijn geboorteland heen tekende. Hun baby van toen is nu een voorkomende jongeman die bedrijfskunde studeert aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Sedert zijn verblijf in dat asielzoekerscentrum heeft de voormalige technisch opzichter een bestaan opgebouwd als tekenaar, illustrator, schilder en ‘projectleider’, een van de plezierigste kanten van zijn beroep, vindt hij zelf, omdat hij zo met anderen, in het begin vooral kinderen maar geleidelijk aan steeds meer jongeren en volwassenen, kan werken.

Zijn website heet Moba-Art en ‘moba’ is een onvertaalbare Servo-Kroatische uitdrukking voor ‘samen iets doen, samen iets delen…’ Het wordt geroepen als – bij het werk op het land bijvoorbeeld – burenhulp nodig is.
De betekenis van dit oude gebruik is Senad (foto) zo eigen dat hij er ook in Nederland gebruik van maakt door anderen te ‘helpen’ bij de expressie van gevoelens en ideeën.

Senad exposeert zijn nieuwste werk regelmatig, bij voorkeur in Amsterdam, in Galerie Rudolf V, Galerie Donkersloot, Arti et Amicitiae, Diversity and Art Galery, Galerie S, MLB Galerie, Go Galerie en Galerie Oost 99 in Hoorn, maar het mooiste moment tot nu toe beleefde hij in 2011 toen een van zijn schilderijen op de Biënnale van Florence bekroond werd met de Lorenzo Il Magnifico-Award.

Zijn tekeningen en illustraties verschijnen in kranten, weekbladen en boeken, met als een van de mooiste staaltjes van dat laatste: het boek met Koran-vertellingen – Wij vertellen je het mooiste verhaal – dat door Bulaaq in de handel werd gebracht.

Wat mij vanaf het begin in het werk van Senad frappeerde was de vrolijkheid, de luchtigheid haast, die met opgewekte, lichte kleuren en ijle, dansende vormen de ernst van het leven in poëtische beelden vat.

De ernst van het leven, ja, want hoe vrolijk Senads werk er ook uitziet, het loochent op geen enkele manier de onderstroom van gevoelens die hem tot het tekenen en schilderen, en juist ook, denk ik, die ‘community art’ drijft. Heel zijn oeuvre lijkt verbonden met wat vroeger ‘landverhuizing’ heette, die van alle tijden is maar in de recente geschiedenis de bittere bijklank heeft gekregen van de nu ook in Nederland verdacht gemaakte immigratie.

Het ontheemd zijn, weg van huis, de verscheurdheid om het vertrek, het verdwenen thuisgevoel – het lijkt nooit uit Senads blik en denken te zijn verdwenen. Zijn lot. Maar het ligt niet in zijn aard dit lot in tragische kleuren te schilderen. Het is juist de lichtheid – the unbearable lightness of being die ook een andere inwoner van het voormalige Oostblok, Milan Kundera, zo ten hemel schreiend uitdroeg – waarmee het werk van Senad je telkens weer inpalmt.

Het verandert.

Zoveel jaar Nederland veranderen een mens, maar in Senads werk blijven sporen van zijn achtergrond zichtbaar, sporen van zijn cultuur, het voormalige Joegoslavië, niet in de toeristische zin van het woord, maar op een kunst-kritisch interessantere manier, de invloed van de eeuwenoude Slavische civilisatie die zich in dit deel van Europa – door Turken en Habsburgers afgedwongen – met andere beschavingen mengde en niettemin het eigene behield dat ook muziek als van Smetana of Janácek kenmerkt.

Je kunt het ook zien als je in landen zoals Tsjechië, Slowakije, Slovenië, en Bosnië een galerie bezoekt en je erover verwondert hoe na al het ideologische oorlogsgeweld op de Balkan, de traditie – van tekenen, schilderen en vooral ook grafische kunst – zich heeft gehandhaafd. Die humor, met vlak daaronder de weemoed die dicht tegen de volkskunst aanleunt. De blues. Het verdriet. De wisselvalligheid van het lot.

‘En dan te bedenken,’ zegt Senad, ‘dat mijn vader vond dat ik als ingenieur meer zekerheid had…’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zie ook:
Moba Art
Stichting De Vrolijkheid