Koolhaas Gezien Vanaf Het Wad

Dagstukjes – 28

P TERSCHELLING ontving mij de natuur – het duin, de zee, het strand, het wad, de wolken, de vliegers in de lucht, het gevogelte en de wilde paarden kniediep in de slufters – als een alvoedende moeder die me zoogde met nieuwe zin. In de dorpjes was het druk. De veenbessentaart ging erin als koek en in de krant las ik dat Rem Koolhaas een prijs had gekregen, een pres-ti-gi-eu-ze prijs.

Rem Koolhaas is wereldberoemd, dus zou de prijs wel verdiend zijn, dacht ik, en plotseling had ik weer oog voor de architectuur van Terschelling, de nieuwbouw, een bejaardenoord, een zeevaartschool, een zwemparadijs, woningen, een hotel aan de kust.

Een hotel aan de kust?

Een bunker, meneer.

De rondgrommende SUV’s pasten erbij als tanks bij een cavalerist. Het leek wel oorlog.

Waarom, dacht ik, vraagt men Rem Koolhaas niet om zulke huisvesting vreedzaam met de natuur en het oude Terschelling te verenigen?

Kan dat?

Of is architectuur, en met name bekróónde architectuur, het speelterrein van internationale hoogvliegers geworden die aardwormen zoals ik niet meer zien staan?

Maar misschien, bedacht ik berustend in het zicht van de Brandaris, ontdek je ook te veel als je je op Terschelling – of in Amsterdam – per fiets of te voet verplaatst.

LEES VERDER

WKtS
2 NOVEMBER 2013