Verwarde Harsenen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Literatuur als verkoopargument

 

Ziet hier de morgen met haer roode wangen
Voetje voor voetje vorderen haer gangen.
Ziet hier de fackel vanden dagh geresen
Met het cieraet van sijn vergulde wesen.
Ziet hoe de nacht haer swarte zeyl moet strijcken;
En na de kusten van ’t Noord-westen wijcken.
JOHANNES STALPAERT VAN DER WIELE: Madrigalia

P FACEBOOK liet de journaliste Judith Koelemeijer weten dat ze een cursus literaire non-fictie geeft. Er was nog één plaats vrij.

Ik hou van onderwijs, maar cursussen vind ik meestentijds volkomen overbodig. Je leert er zelden iets wat je nodig hebt. De kennisverwerving is vertier, tijdverdrijf. Of misschien wel lediggang. Alles wat je op een cursus wordt bijgebracht, kun je net zo goed uit een boek halen (of van het internet).

Ik bleef hangen bij de uitdrukking ‘literaire non-fictie.’  De woorden zijn zo ingeburgerd dat iedereen ze klakkeloos gebruikt. Net als ‘literaire thrilller’.

In mijn jeugd had je (soms nog verboden) misdaadboeken – van Simenon, Havank, Mickey Spillane of Dashiell Hammett – die heel wat leerzamer waren dan wat je moest lezen. Boeiender ook. Nu heb je ‘literaire thrillers’, veelal geschreven door oudere, strak verpakte blonde vrouwen die door Jinek, Pauw, Tan, Het Parool en de Volkskrant aan een stuk door worden geïnterviewd.

Wat betekent ‘literair’ in dit geval?

Ik zou het niet weten.

Ik weet niet wat ‘literatuur’ is en iemand die het wel weet, mag het zeggen. Kafka? Nabokov? Faulkner? Gombrowicz? Grunberg? Spaan? Belcampo?

Je kunt er wel iets over zeggen, natuurlijk, maar meestal alleen vergelijkenderwijs. Weet je wat échte literatuur is? Pirandello! Jacob Israël de Haan! Homeros! Onno Zwier van Haren! Johannes Stalpaert van der Wiele!

Johannes Stalpaert van der Wiele, ja, weet je nog? Die schreef Extractum Catholicum tegen alle gebreken van verwarde harsenen….

Maar fictie en non-fictie?

Al het geschrevene is per definitie ‘fictie’, want geen werkelijkheid. Het woord is niet het ding.

Het onderscheid tussen ‘fictie’ en ‘non-fictie’ is voor menigeen veel te lastig. Makkelijker is het te constateren dat het ene woord méér het ding is dan het andere. Een penis is minder een lul dan een …eh…  pik…  om het eens grof te zeggen.

‘Literaire non-fictie’ is een valse kaart uit de mouw van de marketing, de reclame, de commercie, de verkoop. Bedacht voor uitgeverijen die geld hoger aanslaan dan boeken. Het gaat de baasjes of bazinnetjes van zulke bedrijven niet om de literaire kwaliteit. Die moet je zélf vaststellen. Dat kan niemand voor je doen.

Dat gaat des te beter naarmate je minder last hebt van rare woorden als ‘literaire thriller’ of  ‘literaire non-fictie’.

 

WKtS
18 FEBRUARI 2016