Max van der Stoel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

MAX VAN DER STOEL (1924-2011)

Een sterke man

p een van de oude opnamen die na het overlijden van Max van der Stoel op de televisie werden uitgezonden, zag je onze voormalige minister van buitenlandse zaken met Václav Havel en een grote kale man wiens naam niet werd genoemd.

Voor mij hoefde dat niet want ik kende hem.

Het was Jiri Cerny, de man die mij in 1983 – toen Praag nog onder de knoet van Moskou gebukt ging – naar Václav Havel had gebracht, de doodzieke aanvoerder van de opstandige Tsjechen, die zich, geïnspireerd door Franz Kafka, wilden ontdoen van de communistische terreur die hun land in het verderf had gestort.

Jiri Cerny.

Het weerzien na zoveel jaar was niet minder dan een schok. Na 1983 had ik hem niet meer gezien.

Voor mij is de herinnering aan Max van der Stoel met hem en andere dissidenten in het voormalige Oostblok verbonden. Ze werden in het Westen, in de linkse kringen waarvan ik als redacteur van de Volkskrant deel uitmaakte, volstrekt genegeerd. Havel, die ik uitgebreid sprak, was daar zeer verbolgen over. Max van der Stoel was een uitzondering. Voor hem was het socialisme geen doel, maar een middel. Net als voor Havel (en voor mij). Het doel was rechtvaardigheid.

Cerny heb ik nog wel, veilig en wel terug in Nederland, de popplaten kunnen sturen waarom hij had gevraagd. Hij was diskjockey, door de communisten van zijn baan beroofd en ‘verboden’. Hij draaide de westerse, decadente muziek die zijn grote liefde had, ver buiten Praag op het platteland, waar de communistische dienders kennelijk minder gevoelige oren hadden.

Havel, zelf geïnspireerd door de genieën uit de westerse geschiedenis, inspireerde op zijn beurt zijn oude landgenoot Tom Stoppard, toneelschrijver in Londen en Ariane Mnouchkine, theater-vrouw in Parijs, tot de oprichting van Aida International, een soort Amnesty International voor kunstenaars (waarvan de Nederlandse afdeling nog steeds bestaat).

Max van der Stoel stond achter hen. Net zoals hij achter het initiatief van de journaliste Steffie Stokvis stond, die al vroeg berichten over bedreigde, gestrafte en vermoorde journalisten was gaan verzamelen. Charles Groenhuijsen en Maurits Schmidt, die haar hielpen, haalden mij  over om voorzitter van hun clubje te worden, dat als Beroepsgroep Journalisten van Amnesty International aan een inventarisatie van journalisten-in-gevaar was begonnen. Max van der Stoel was onmiddellijk bereid,  in februari 1982, onze inventarisatie in ontvangt te nemen. Hij zou zich ook verder blijven inzetten voor de bescherming van journalisten, overal ter wereld. (Op de foto van links af: Maurits Schmidt, Willem Kuipers, Steffie Stokvis en Wim Brummelman)

Met zowel Max van der Stoel als Václav Havel, twee mannen die mij sterkten in het idee dat alles in de (internationale) politiek draait om recht en rechtvaardigheid, kreeg ik nog een keer te maken toen in 1986 de Erasmusprijs aan Charta 77 zou worden uitgereikt. Dat lag volgens minister Hans van den Broek ‘politiek gevoelig’. Na overleg met de sluwe Lubbers besloot hij de prijs niet aan Charta – een dissidentengroep met zowel in Tsjechoslowakije als daarbuiten een grote aanhang – maar aan Havel, hun hoofdman, toe te kennen. Ik werd gebeld door een vriend van hem, een kernfysicus die naar Zweden uitgeweken was. Hij vroeg mij Havel te waarschuwen. Hij gaf me diens nummer in Praag. IJzeren Gordijn of niet, een paar tellen later had ik Havel aan de lijn. Hij was razend. Hij legde me uit dat op die manier – nota bene in een vrij land als Nederland – de macht waartegen hij en zijn medestanders van Charta streden, in de kaart werd gespeeld. Het ging om Charta. ‘Wij deden het sámen,’ zei hij. Het ging niet om hem. Bij de prijsuitreiking draaide hij er niet om heen. Het kabinet voelde zich geschoffeerd. Havel nam geen blad voor de mond. Nooit.

Moed – wat dat is, als het erop aankomt, leerde ik van deze man, die weigerde met leugens te leven. Net als Max van der Stoel. Die heb ik toen niet gesproken. Ik heb wel steeds aan hem gedacht. Hij moet tandenknarsend de hypocrisie van die twee CDA-politici hebben aangezien.

 

WKtS
26 APRIL 2011