Logboek

VIERING VAN DE OPENING VAN HET PADDENSTOELENSEIZOEN IN  LAZIO BIJ ROME

TERUG NAAR DE VOORPAGINA
VOOR DE ANDERE MAANDEN KLIK HIER

 

Cultuurmakers

Het gaat tegenwoordig, ook in de kranten die je graag leest, vaak over ‘cultuurmakers’.
Wat zijn dat, cultuurmakers?
Simpel, dat zijn mannen en vrouwen die cultuur maken.
Wat is cultuur?
Voor een antwoord op die vraag kun je twee kanten op. Of je verwijst naar de leefwijze van bepaalde bevolkingsgroepen, hun gedrag, zeden, gewoonten, normen en waarden, zoals de culturele antropologie ons heeft geleerd. Of je verwijst naar kunst, maar dan wordt het nog ingewikkelder, want wat is kunst?
Niemand die het weet. Ook museumdirecteuren, wetenschappers of critici in de media niet, te minder omdat veel bekende kunstenaars al bijna een eeuw hun uiterste best doen om het raadsel nog groter te maken dan het al was.
Toch zou je die ‘cultuurmakers’ met een beetje goede wil wel kunnen omschrijven. Dan zijn het mannen en vrouwen die samen muziek maken, samen toneelspelen, een theater drijven, graffiti spuiten, de Oude Kerk in Amsterdam volstouwen met zandzakken en bestsellers schrijven, maar dat antwoord brengt je niet dichter bij de essentie. Er doemt een zodanige veelheid aan verschillen, vaardigheden, handelingen en doelstellingen op dat je met dat woord niet bij het scheppende vermogen van een mens uitkomt, bij een componist bijvoorbeeld of een fagottist of een tekenaar, kortom bij een man of vrouw die daadwerkelijk iets maakt wat wij kunst plegen te noemen, nee je komt uit bij een vage, sociologische en economische abstractie waarmee je alle kanten op kunt.
Je begrijpt zo dat een cultuurmaker geen kunstenaar is of kan zijn. Ik zou het daarom
zeer op prijs stellen als de kranten die ik lees en de paar kritische televisieprogramma’s die ik zie het woord cultuurmaker zouden willen laten varen. Zulk taalgebruik roept een werkelijkheid op waarin het niet gaat over het maken van een sonate, het maken van een gedicht, het maken van een gouache of het maken van een ballet, allemaal buitengewoon de moeite waard, maar – vrees ik – over de uitstoot van nog meer geestdodend, modieus en bureaucratisch nihilisme.
1 8   S E P T E M B E R     

 

Woorden

Steeds meer alledaagse woorden raken zoek. Eng. Je hoort nog maar zelden dat iets begint, nee, iets start – alsof het om een motor gaat. Het seizoen start, de school start... dat werk..
Ook het woord plaatselijk verdwijnt. Dat is lokaal geworden – naar het Amerikaanse local – van locals, weetjewel.
Ook de traditionele vergrotende of overtreffende trap is afgedankt. Goed, beter, best – daar doen we het niet meer voor. Het is super, mega of giga. Het kan niet op.
Vandaag zegt Ingrid Thijssen, de nieuwe bazin van de werkgevers, in de Volkskrant: ‘Het imago van het bedrijfsleven is momenteel niet supergoed.’
Nee, en met zulk taalgebruik wordt het er niet beter op.
Momenteel is een lelijk woord dat in een krant altijd overbodig is tenzij je als bazin van de werkgevers natuurlijk alleen de krant van gisteren leest.
Maar het allerergste vind ik voorlopig het woord impact, uitgesproken als impakt of impekt, kiest u maar.
Ik hoor en lees het zo vaak dat ik me afvraag of iemand nog weet wat zijn vader en moeder in zo’n geval zeiden.
Impekt is een woord uit het vocabulaire van de media die ons dag in dag inwrijven dat ze die shit van het Beschaafde Nederlands behoorlijk zat zijn.         
1 6  S E P T E M B E R

 

Kies Sigid Kaag

In de Volkskrant ziet de columniste Daniela Hooghiemstra in Sigrid Kaag meer een Paus dan een Premier.
Misschien heeft ze gelijk.
Ik zou het fantastisch vinden als Sigrid Kaag, gehuwd en moeder van vier kinderen,  plaatsvervanger van God op aarde werd, maar om dat te bereiken  zullen we nog menige rozenkrans moeten bidden vooraleer deze bijzondere vrouw als πάππας, pappas, papa in witte toga met hermelijnen mozetta, vissersring en kruisstaf op de Heilige Stoel kan plaatsnemen, los van de noodzakelijke geslachtsverandering die ze daarvoor zal moeten ondergaan.
Sigrid Kaag kan wél premier van Nederland worden, tenminste als meer verstandige oudere mensen zoals ik dat een goed idee vinden.
In het stukje van Daniela Hooghiemstra zie ik eloquent verstopt de sporen van een euvel dat je bij columnisten tegenwoordig wel vaker aantreft. Over alles een mening, maar niet in staat om te kiezen.
Het vermogen om te kiezen is ernstig geërodeerd sinds kiezen geheel uit het vaderlandse taaleigen is verdwenen en heeft moeten plaatsmaken voor de taal van de sociale academie waar studenten in de jaren zeventig van de vorige eeuw leerden dat je niet meer mocht kiezen, maar keuzes moest maken – let wel: keu zus, geen keu zen.
Vooral in de politiek en aanverwante kringen – de media – raakte deze zegswijze zo in zwang dat er sindsdien aan één stuk door keuzes worden gemaakt en er nog maar zelden wordt gekozen.
Het is de tijdgeest.
Ik zou dit tot hét probleem van Prinsjesdag willen bestempelen, in de hoop dat meer Nederlanders er volgend jaar voor kiezen om Sigrid Kaag – helaas via de omweg van D66 – een vrijgeleide naar het Torentje te geven.
Of ze daarna Paus wordt, zien we dan wel weer.
1 5   S E P T E M B E R

 

 

Hoog Catharijne

Als verslaggever van Het Centrum, een rooms-katholieke krant in Utrecht, volgde ik in de jaren zestig van de vorige eeuw de plannen om het stationsgebied in Utrecht een nieuw, spectaculair en futuristisch uiterlijk te geven.
Dat was het plan Hoog Catharijne. Het zou uitgevoerd worden door de projectontwikkelaar Bredero die was voortgekomen uit het oorspronkelijk rooms-katholieke familiebedrijf Bredero, waarvan een telg mijn uiterst vervelende leraar geschiedenis op het Sint Bonifatius Lyceum was geweest.
Ik was jong en dacht dat Utrecht deze kans om zich van een benepen, christelijke provinciestad tot een moderne metropool op te werken niet aan zich voorbij mocht laten gaan.
Dat gevoel deelde ik met vele andere jeugdige inwoners van de stad. Maar toen onze droom werkelijkheid werd, sloeg de stemming om. Wat er gebeurde, was verschrikkelijk, een aanslag op onze stad. Ik wou er niets meer mee te maken hebben en schaarde me met de door mij bewonderde dichter Jan Engelman onder de groeiende groep tegenstanders. Kort daarna verhuisde ik uit Utrecht om ten slotte in Amsterdam te belanden.
De druppel die bij mij – en Jan Engelman – de emmer deed overlopen was het dempen van de Catharijnesingel tussen de Bemuurde Weerd en het Ledig Erf. Uitheemse verkeersdeskundigen hadden gemeend daar een zesbaansautosnelweg te moeten aanleggen, met fly-overs en al. Het was een wereldvreemd staaltje planologie. Kleinsteedse grootheidswaan ten top.
Ik was toen al tegen de auto – al was ik er thuis mee opgegroeid, mijn vader was carrosseriebouwer – maar vanaf dat moment begon ik me – onder meer in het Utrechts Universiteitsblad: ‘Dood aan de auto’ – openlijk tegen dit inmiddels volledig fossiele transportmiddel te verzetten omdat het naar mijn idee niet alleen mijn stad, maar ook andere oude steden in Europa naar de ratsmodee hielp.
Het werd hoog tijd dat een paar knappe koppen in Delft tijd en geld kregen om een beter, stil, schoon en snel voertuig te ontwerpen. Ruim een halve eeuw later constateer ik verheugd dat ze het in Utrecht gevonden hebben: een boot.

1 4  S E P T E M B E R

Vraagteken (10)

Even was ik bang dat ik teleurgesteld zou worden. Er gebeurt zoveel in de wereld. Maar nee, het was er weer, het vraagteken vandaag op de voorpagina van de Volkskrant. Nekt corona de kerk?
Ik wist zeker dat ik het antwoord wist, maar las niettemin het bijbehorende verhaal.
En ja, hoor, of je het nu gelooft of niet: corona nekt de kerk.
De enige kerk waar ik nog weleens kom, de Oude kerk in Amsterdam, wordt door iets heel anders genekt. Het krankzinnige beleid van het bestuur om er een Kunsthal van te maken.
1 4  S E P T E M B E R

Lesbos

Dieper kunnen we, politiek gesproken, niet zinken. De koehandel in de Tweede Kamer over het toelaten van vluchtelingen uit Lesbos is stuitend.
Mensen in nood, kinderen in nood en de politiek, zowel in Nederland als in Europa, laat ze barsten.
Het grijpt me des te meer aan, nu ik De getuigenissen van Primo Levi herlees, de Italiaanse scheikundige die als jonge en betrekkelijk naïeve partizaan in Auschwitz terecht kwam.
Hij beschrijft zijn mensonterende ervaringen zo nauwkeurig, gedetailleerd en afstandelijk dat je je telkens weer en voor de zoveelste keer in je leven gedwongen voelt de vraag te stellen hoe het mogelijk was dat normale mensen – mensen zoals u en ik – mensen zoals hij – een onschuldige joodse jongeman – zo kwaadaardig konden bejegenen.
Die mensen werden – in blinde navolgingen van hun bezeten Leider – gedreven door
een giftig mengsel van haat, cynisme, lafheid, onverschilligheid, gewetenloosheid, berekening en kuddegeest waartegen we nog steeds geen vaccin hebben gevonden.
Een klein beetje moed zou al kunnen helpen. Met een klein beetje moed hadden de leden van de Tweede Kamer honderden kinderen uit hun Auschwitz kunnen bevrijden.
1 1  S E P T E M B E R     

Vraagteken (9)

Nauwelijks vraagtekens vandaag. De kwaal lijkt bestreden.
Het biedt mij de gelegenheid om ook eens een vraag te stellen. Zijn het de eindredacteuren – die de koppen maken – of de schrijvers van de stukken die al deze vraagtekens op hun geweten hebben?
Mijn indruk is dat de gewraakte stukken meestentijds nogal wezenloos of vaag zijn, te vaag in elk geval voor een keiharde kop. Geen nieuws. Maar of dat in alle gevallen zo is, weet ik niet. Het zou mooi zijn als een student in de communicatiewetenschap dit uitzocht.
Peter de Waard is hors concours. Zijn column gaat vandaag over de ‘briljante’ oplossing die hij bedacht voor de beoordeling van aanvragen uit het Wopkewiebesfonds
.
Briljant?
Hier fungeert het vraagteken als een teken van bescheidenheid want de oplossing is…. inderdaad… briljant.

10  S E P T E M B E R 

Vraagteken (8)

Bij de NRC kunnen ze er ook wat van. Ik heb het gevoel dat ze daar graag op de Volkskrant willen lijken, ook een goeie krant, maar minder en met een hogere oplage.
Ik zal ze niet allemaal opsommen, maar een fraai vraagteken om mee te beginnen vond ik: Wat als Duitsland de gaspijpleiding afblaast? Ook interessant: ‘Is Corona niet gewoon een seizoensgriepje?’ Of: Wie weet het beter, de leraar of de toets?
De Volkskrant
hield zich vanmorgen in. Op de vraag na hoe je ‘objectief’ de ontbossing meet. Nee, dat is nog niet zo makkelijk. Gelukkig was er Peter de Waard wiens dagelijkse vraag luidt: Doet deze telg van generatie X de gok van de eeuw?
8  S E P T E M B E R

Sigrid Kaag (2)

Blij signaleerde ik enige tijd geleden dat er met Sigrid Kaag een vrouw in de politiek is opgestaan met wie ik na de volgende verkiezingen graag verder wil. Beschaafd. Dapper. Ervaren. Ontwikkeld. Niet voor een kleintje vervaard, zelfbewust en in staat om de ideeën van D66 zoveel menselijker en zoveel minder ijzerenheinig liberaal en bekrompen te maken dan wat je van de VVD, het CDA en de Telegraaf kunt verwachten. 
Sigrid Kaag wil zelfs minister-president worden. Mijn zegen heeft ze en als alle lezers van wiewiewie er net zo over denken – en dit kenbaar maken – dan zou dat haar peilingen weleens zodanig gunstig kunnen beïnvloeden dat ze volgend jaar als onze eerste democratisch gekozen koningin in het Torentje kan plaatsnemen.
7  S E P T E M B E R

Vraagteken (7)

En ja, daar was het weer, het vraagteken. Op de voorpagina van de Volkskrant.
Terwijl loeiende sirenes me waarschuwen voor Het Gele Gevaar – eerste maandag van de maand – lees ik: Kunnen we van China leren?
Maar als ik op zoek ga naar het antwoord krijg ik boven een groot stuk over twee pagina’s eerst nóg een vraag te verwerken: Waarom luisterde het Westen niet naar China? ‘ 
6  S E P T E M B E R

Vraagteken (6)

‘Hoe goed kan de mens zonder perspectief?’
De weekendkranten stelden me niet teleur. Er werden weer volop vragen gesteld waarop geen mens het antwoord weet.
Nou, ja, daar dachten de deskundigen in het verhaal van Haro Kraak in de Volkskrant natuurlijk anders over. Volgens hen heeft de mens behoefte aan ‘een stip op de horizon’.
Ik las na dit veelbelovende begin nieuwsgierig verder. Maar naarmate er ruimhartiger met zielkundige waarheden werd gestrooid, moest ik steeds meer aan de dichter Arjen Duinker denken die zijn studie psychologie staakte toen hij doorkreeg dat hij er nooit meer aan zou overhouden dan de vondst van een nieuwe Hollandse tegeltjeswijsheid.
Een mens lijdt dikwijls ’t meest door ’t lijden dat hij vreest doch dat nooit op komt dagen.
Maar goed, Derek de Beurs van het Trimbos Instituut bleef goede raad verschaffen. Zijn belangrijkste advies was om de tijd ‘in behapbare doelen op te breken’. De verslaggever vatte het voor de lezer nog even handzaam samen: ‘Eigenlijk ook het advies wat [sic] psychologen geven aan mensen die hun eigen leven uitzichtloos vinden.’ Waarna De Beurs afsloot met: ‘Geef elke dag een doel, hoe concreter, hoe beter.’
5  S E P T E M B E R 

Vraagteken (5)

Als je leergierig ben, wil je geen vragen maar antwoorden, al weet je dat elk antwoord met een vraag begint.
Bij de kranten weten ze dat ook. Daarom grossieren ze daar in vraagtekens.
Helaas verdrink je na zo’n vraagteken vaak in een teil vol speculaties. Dan kan de blik zich zomaar vasthaken aan een detail.
Op die manier ontdekte ik – in een stuk met de vraag Hoe oprecht zijn tranen in de politiek?  in de Volkskrant – dat er in Tilburg een leerstoel ‘emoties en welbevinden’ is die bezet wordt door Ad Vingerhoets.
Wat een heerlijk vak, dacht ik, toen ik dat las. Wat een bofkont, die Ad. Emoties en welbevinden! Me dunkt. Niet iedereen treft het zo. Neem nou zo’n harde werker als Peter de Waard. Hij is professor onthullende berichtgeving bij de Volkskrant en moet het maar zien te rooien met de zware taak die hij zichzelf op de hals heeft gehaald. Hij licht ons in over het lot van medemensen die zich niet wel bevinden en soms letterlijk stikken in hun emoties.
Kent de FNV de ‘groene’ toekomst beter dan de Tata-directie?  vraagt hij ons vandaag nadat hij ons verteld heeft hoe Tata Steel in IJmuiden de emoties en het welbevinden van honderden Noord-Hollanders al jaren aan zijn laars lapt.
Longkanker komt er meer voor dan in Tilburg.
4  S E P T E M B E R   

Vraagteken (4)

En ja hoor, daar was het weer, het vraagteken. Hoe ver kan Poetin gaan? vroeg de Volkskrant mij vandaag op haar voorpagina.
Tja, wat zal ik zeggen..
Ik liet het rusten en las een echt heel goed stukje journalistiek op de keerzijde van deze misbruikte pagina, een column van Sheila Sitalsing over het volslagen idiote gedoe rondom minister Grapperhaus.
Ik volgde de opschudding over de Bloemendaalse bruiloft met een half oog – en een kwart oor – maar ik vroeg me wel af of al die mediadienaren, al die volksvertegenwoordigers en al die koekenbakkers op hun sociale media niets beters te doen hadden.
Nederland op z’n eigentijdst.
Totdat ik van Sheila Sitalsing leerde met welke schoftenstreken van de Privé, de Telegraaf en hun paparazzo Ferry de Kok – een fotograaf met een crimineel verleden – dit ‘nieuws’ tot stand was gekomen.

Gelukkig was er ook het inmiddels vertrouwde vraagteken boven de column van Peter de Waard: ‘Kan een fietsplaatje de veldslag op het fietspad beëindigen?’
3. S E P T E M B E R  

Vraagteken (3)

Op zoek naar overtollige vraagtekens in de kranten stiet ik vandaag weer op Peter de Waard, wiens – ditmaal huiveringwekkende column in de Volkskrant – gesierd werd door de kop: Dreigt een eeuwige rente van 0 procent?
Zoals gewoonlijk geeft hij ook antwoord.
Het was voor mij reden terug te verlangen naar de tijd dat je nog beloond werd als je spaarde. De bank verdiende per slot van rekening aan jou – al dacht niet iedere bankemployé daar ook zo over.
Nu krijg je niets of bijna niets meer, maar de ING gaat al verder. De bank gaat de rijkere spaarders straffen met een negatieve rente.
Wat mij aan het stukje van Peter de Waard verontrustte was niet dat de banken jouw geld in hun eigen zak gaan steken – wat vroeger diefstal heette – nee, het was de angstaanjagende zekerheid dat men in Den Haag uit pure onmacht de banken maar hun gang laat gaan.
En om ook eens een vraag te stellen: Wie betaalt het gelag voor dit meedogenloze neo-liberalistische kapitalisme?
2   S E P T E M B E R 

Vraagteken (2)

In mijn Logboek van augustus schreef ik over het vraagteken, dat naar mijn gevoel steeds vaker in de kranten opduikt.
Een vraagteken is een mooi ding, maar journalistiek gezien niet onomstreden. Meestal wordt er in een kop een vraag gesteld die vervolgens in het bijbehorende stuk niet wordt beantwoord.
Het is de journalist eigen om vragen te stellen, maar iemand anders moet het antwoord geven, en dat krijgt hij veelal niet.
Ervaren journalisten weten dat en houden zich dan ook gedeisd als het om een vraagteken gaat. Het overtollige gebruik ervan getuigt behalve van deze naïviteit ook van de slordigheid en zélfs de gemakzucht waarmee eindredacteuren een stuk aan lezers presenteren, en dan heb ik het nog niet over tussenkoppen en intro’s die dikwijls eenzelfde gebrek aan vakmanschap laten zien.
Vandaag muntte de Volkskrant weer uit in deze slechte gewoonte. Een paar voorbeelden. ‘Willen KNVB en spelers Van Gaal wel als bondscoach?’ – een vraag die hoe suggestief ook niet wordt beantwoord en ook niet beantwoord kán worden. Dan op pagina 6 héél groot: ‘Hoelang blijf je besmettelijk?’ Idem dito. En vervolgens op pagina 12 weer héél groot: ‘Loopt de verwarde man óp de snelweg of ernáást?’
En zo kan ik nog wel even doorgaan, tot en met ‘Is short selling een weldaad of een misdaad?’ boven de vaste column van Peter de Waard, maar zijn stuk is voor mij zelfs mét een vraagteken boven alle lof verheven. Peter geeft namelijk bijna altijd een begrijpelijk antwoord.
1  S E P T E M B E R