In De Geest Van Erasmus

Uitgevers geven schrijvers de schuld als hun boeken niet verkocht worden. Als ze wél verkocht worden, is het de verdienste van de uitgevers.

Uit mijn tijd bij de uitgeverij Ambo herinner ik me de uitspraak van Herman Pijfers, de baas, dat je als uitgever niets hoefde te kunnen. Je schreef de boeken niet, je zette ze niet,  je drukte ze niet, je bond ze niet en je verkocht ze niet. Dat deden anderen. Als het niet goed ging hadden zij het gedaan. Ging het wél goed dan was het uiteraard jouw verdienste.

Pijfers kon het weten, want hij verrijkte de markt  – en zichzelf – elk jaar opnieuw met een bestseller als Wie is van hout of Ik ben ok, jij bent ok.
Ik bewees zijn lessen begrepen te hebben met De markt van welzijn en geluk.

Na mijn treurige ervaringen met Eva Cossée – die mij voorloog dat zij na het vertrek van Ivo Gay de baas van Ambo was geworden, terwijl het Robbert Ammerlaan was, en die in Het Parool mag uitpakken over de successen van de naar haar vernoemde uitgeverij – successen die ze veelal aantoonbaar aan anderen te danken heeft – ben ik wel zo’n beetje klaar met zulke bedruktpapier-uitgevers. Het boek zal ongerept, ongecensureerd en vrij alleen nog elektronisch, in het walhalla van het internet, voortbestaan. Of niet.

De revolutie die zich vandaag de dag onder onze neus voltrekt, is vergelijkbaar met de omwenteling die Desiderius Erasmus vijfhonderd jaar geleden van nabij aanschouwde.
Van Luther en de Reformatie was hij niet zo gecharmeerd, maar de omslag in de schriftelijke communicatie van manuscript naar boek zag hij met welgevallen aan.
Deze site ademt zijn geest.

Zie ook Met licht geschreven.
En De jaren van de uitgeverij.
En Een nieuw alfabet.