Ik wort

 

Dagstukjes – 126

 

Het Hollandsch is heusch nog zoo makkelijk niet.

CHARIVARIUS: TAAL-RIJM

 

pelling – ik heb me er gelukkig nooit druk om hoeven maken. Van alle taalkwesties waarmee een mens in de loop van zijn leven te maken krijgt, is spellen wel de allersufste.

De regels staan in een boekje. Je leert ze, net als de verkeersregels voor je rijexamen. Doe je het goed, dan slaag je. Doe je het niet goed, dan doe je het nóg een keer. Net zo lang tot je slaagt.

Sommigen leren het misschien nooit, maar zulke mensen ken ik niet – of wil ik niet kennen.

Spelling werd in Nederland een politieke kwestie toen linkse studenten in de jaren zestig eisten dat ook de minst geletterde medemens foutloos moest kunnen spellen. Dat kón, als we fonetisch (foneties) gingen spellen.

Dat hebben we geweten. Jarenlang ging het over de vraag of het nu ik wort moest zijn of ik word.

Toen kwam de televisie. Die maakte, zoals gebruikelijk, een spel van het vraagstuk. Het werd een gezellige vertoning met Bekende Nederlanders in de schoolbanken en Philip Freriks als meester Pennewip ervoor.

Het spel werd een spelletje.

Het verbaasde mij dat serieus te nemen schrijvers bereid waren hieraan mee te werken. Veelal met onzinwoorden die ze in groten getale in vergeelde woordenboeken vonden.

Goed, dat die flauwekul is afgelopen.

Niettemin zou het prachtig zijn als de tv weer eens een poging deed om het Nederlands onder de mensen te brengen.

Moeilijk, maar mogelijk.

Ik denk niet dat het gaat gebeuren.

Als televisieknechten – net als de meeste hogergeschoolde landgenoten – niets met hun moedertaal hebben, dan houdt het op. 

LEES VERDER
26 MEI 2017
WKtS

PS. CHARIVARIUS IS HET PSEUDONIEM VAN GERARD NOLST TRENITÉ (1870-1946)