Haaientanden

 

 

 

 

 

 

 

 

Dagstukjes – 37

 

p de kruising van de Stadionweg en de Olympiaweg bij het Olympisch stadion in Amsterdam word ik aangereden door een vrouw die  in haar auto eerst vol gas  over de zebra scheurt en vervolgens over de haaientanden. Ze komt pas tot stilstand als ze mij en mijn fiets gevoelig heeft geraakt.

Ik weet me staande te houden, maar ik ben zo geschrokken dat ik woedend uitroep: ‘Maar mens, heb je die zebra en die haaientanden dan niet gezien?’

De vrouw in de auto – vers gebakken van de zonnebank – tuit als een vis op het droge haar gezwollen lippen. Wappert heftig met haar handen. Lijkt een flauwte nabij, maar mij keurt ze geen blik waardig. Daarom roep ik nóg een keer: ‘Zebra, mens, haaientanden.’

Nu heeft ze me kennelijk gehoord. Heel, heel voorzichtig opent ze een raam van de tropisch verhitte kooi waarin ze zit opgesloten en verneem ik haar bijna onverstaanbare verontschuldiging: ‘I said, I’m sorry.’

Ik ben zo verbouwereerd dat alle fuck, fuck, fucks die ik eruit zou willen knallen, kopje ondergaan in de kolkende golven van mijn boosheid. Het had weinig gescheeld of deze zonnige herfstdag was voor mij tamelijk morbide geëindigd. Op de intensive care of erger: in een kist. En dan weet zo’n vrouw niets beters te zeggen dan ‘sorry’.

Ja, hallo, wat is dat voor een slap excuus als je een weerloze fietser bijna van het leven hebt beroofd.

Ze keek niet uit, was in gedachten, vindt fietsers eng – ja, allemaal goed en wel, maar zowel een zebrapad áls een rij haaientanden zó negeren, dat valt toch niet te vergoelijken? Waarom kwam die vrouw haar auto niet uit?  Was dit een ‘poging tot doodslag’?

Net als ik overweeg dit aan haar voor te leggen is ze al weggescheurd.

Op naar haar volgende prooi.

 

LEES VERDER
WKtS
          22 NOVEMBER 2014