Gerrit Kouwenaar


NOL GREGOOR (LINKS) BIJ GERRIT KOUWENAAR

Dagstukjes – 33

OALS ALLE grote dichters die ik gekend heb of nóg ken, was Gerrit Kouwenaar een man die je onbedaarlijk kon laten lachen. Met zijn rake opmerkingen had hij het als trambestuurder in Amsterdam ver kunnen schoppen.

Lang geleden alweer zag ik met hem in Rolandseck bij Remagen aan de Rijn het werk van de Duitse (of Franse) avantgardist Hans (of Jean) Arp en diens vrouw Sophie Taeuber-Arp.

Dada was in die tijd zeer aan mij besteed. Ik keek mijn ogen uit, maar na afloop bleek toch dat ik niet goed genoeg had gekeken toen Gerrit Kouwenaar me vroeg:  ‘Heb je die eierwarmertjes van mevrouw Arp gezien?’

Nee, die eierwarmertjes van mevrouw Arp had ik niet gezien en ik snelde terug om het wonder van een stel dadaïstische eierwarmertjes alsnog te ondergaan.

Dit keer zag ik ze en hoe, want terwijl ik keek, rees voor mijn geestesoog het beeld op van het revolutionaire kunstenaarsechtpaar Arp dat ’s morgens gezellig aan het ontbijt zijn eitjes ontdeed van de mutsjes die mevrouw Arp in de stijl van haar man voor ze had gebreid.

LEES VERDER

WKtS
6 SEPTEMBER 2014