Braambossen van gezwets

 

Dagstukjes – 131

 

toen er nog geen auto’s waren
en geen brommers, we geen
radio hadden en geen TV,
toen waren we ook niet gelukkig.

WIM DE VRIES (1923)

 

andaag neemt de NRC met twee pagina’s afscheid van Hans Beerekamp, louter loftuitingen voor de man die  dagelijks verslag deed van zijn ervaringen met de Nederlandse en buitenlandse televisie.

Ik las hem graag – en wat bij een dergelijk oordeel heel zwaar telt: ik was het meestal met hem eens. Ik reciteerde – als oudere journalist- wel even mijn vertrouwde Latijnse adagium o, tempora, o mores want in mijn jonge jaren waren literatuurcritici als Kees Fens en Hans Gomperts de hogepriesters van het woord. Hoofdredacteuren maakten er graag goede sier mee.

Vandaag de dag zijn het televisiecritici. Het markeert … ahum… een nogal opvallende omslag in onze cultuur.

Literatuur is voor media-dienaren ‘gezonken cultuurgoed’, iets van vroeger, reguliere televisie behoudt in deze spraakmakende kringen een hoog soortelijk gewicht.

Waarom?

Omdat journalisten er zélf deel van uitmaken – of hopen er eens deel van uit te maken. Het is hún wereld. Ze hebben er persoonlijk belang bij. Als over een paar jaar de laatste schrijvende journalist met zijn plasje naar de dokter is gestuurd, dan is het, zie de literatuur, gedáán met televisie die ons in beginsel smakelijker voedsel wil voorschotelen dan het nu al ingeburgerde fast food.

De tuin van de literatuur is tegen die tijd met braambossen van gezwets overwoekerd.

8 JULI 2017
WKtS
WORDT VERVOLGD